Artikel Astrofocus

Hieronder vindt u het volledige artikel over de wortels van de moderne astrologie, waarvan het eerste deel in Astrofocus, het blad van de Astrologische Vakvereniging Nederland, verscheen. De redactie besloot echter het tweede deel te weigeren omdat het te kritisch van toon zou zijn. Inmiddels heeft de redactie erkend dat de weigering te veel gebaseerd was op een gevoel gekwetst te worden.

Carl Gustav Jung en de Mahatma’s   – De wortels van de moderne astrologie

De moderne astrologie ontstond aan het einde van de negentiende eeuw in kringen van Engelse theosofen, van wie Alan Leo ongetwijfeld de bekendste is. De theosofie had  toen net het levenslicht gezien, met als grote inspirator de roemruchte  Madame Helena Petrovna Blavatsky. Moderne astrologie is dan ook sterk beïnvloed door theosofische denkbeelden, wat tot op de dag vandaag  goed te merken is. Later, halverwege de twintigste eeuw, werd de theosofische astrologie  door Dane Rudhyar verbonden met de analytische psychologie van Carl Gustav Jung, de tweede grote invloed  in deze  ontwikkeling.

Het is een goed astrologisch principe dat de energieën die aanwezig zijn bij het begin van een leven, van een land  of van een beweging, de hele verdere ontwikkeling ervan bepalen. In de astrologie is dat te zien in de horoscoop, waarin de planeten bij uitstek de vormende energie symboliseren. Maar astrologie zegt altijd iets over de echte wereld  om ons heen en dat principe geldt dus ook als je niet specifiek met horoscopen naar die wereld  kijkt. Een goed begin is het halve werk, luidt het spreekwoord niet voor niets. Het kan daarom erg leerzaam zijn om te weten waar de moderne astrologie zijn wortels heeft, dat zegt heel veel over het karakter van deze  astrologische stroming. Wat aan het begin werkte, werkt nog steeds door en dat is duidelijk te merken.

De astrologie leek al eeuwenlang  onherroepelijk verdwenen te zijn in de  donkere krochten van de geschiedenis, toen de “hemelsche kunst” totaal onverwacht weer de kop op stak in kringen van Engelse theosofen aan het einde van de 19e Eeuw. De laatste echte bloeitijd van de astrologie,  met kopstukken als William Lilly en Nicholas Culpeper,was al lang voorbij, dat was in de zeventiende eeuw geweest en sindsdien leek de victorie van ratio en wetenschap compleet. Maar op een te eenzijdige ontwikkeling volgt meestal een tegenreactie en dat kreeg onder meer vorm in de theosofie, waarin er ruim baan werd gegeven aan de ” tegencultuur”, aan al het irrationele, paranormale, alternatieve en fantastische. De meeste grondleggers van de moderne variant van de astrologie waren actieve en overtuigde theosofen en dus is het een heel goed idee deze beweging eens nauwkeurig te onderzoeken.

De theosofie is het geesteskind van Helena  Petrovna Blavatsky, soms afgekort tot “HPB”,  die op 12 augustus 1831 werd geboren in Ekaterinoslaw in Oekraïne, toen deel van het tsaristische Rusland. Haar vader stamde uit een Duitse adellijke familie uit Mecklenburg en haar grootmoeder van moederskant was  een heuse prinses, Helena Dolgorouki. Ze bleef altijd veel waarde hechten  aan haar nobele afkomst, al was daar in haar manieren verder niet zoveel  van te merken. Ze  kon  in de omgang met anderen behoorlijk  direct  zijn en als kind was ze nogal opvliegend. Ondanks haar onmiskenbaar grote intelligentie, doorliep ze daarom niet de gedegen opleiding, die voor kinderen van haar afkomst in principe was weg gelegd. De naam Blavatsky, die ze haar hele leven bleef gebruiken was de familienaam van haar man, generaal Nicephore Blavatsky.

Een snelle blik op haar horoscoop leert dat Neptunus op de descendant, het punt  van de omgang met anderen,  staat en de zeegod staat bekend als bijzonder grillig en vooral ook erg slecht gehumeurd. Hij heet niet voor niets  in de mythologie de “Aardschokker”.Haar vaak wat confronterende manier van optreden past daar natuurlijk goed bij en we  zullen zien dat helderheid niet direct een van haar vele deugden was . Om veel van haar activiteiten hing een zweem van ongrijpbaarheid , merkwaardige  voorvallen en soms ook verdachte  beweringen. Madame  Blavatsky was zeer belezen, heel slim, hongerde naar occulte kennis en was zeer reislustig.

Om daar vorm aan te geven, haar denkbeelden te verbreiden en met anderen te delen, stichtte ze de” Theosophical Society”. In de ontwikkeling van de theosofische denkbeelden en organisatie was een hoofdrol weg gelegd voor de roemruchte “Mahatma-brieven”, ze vormen het fundament van de hele theosofie. Deze brieven zouden zijn geschreven door de “Mahatma’s”  Koet Hoemi Lal Singh en Morya aan de theosoof en journalist  A.P. Sinnett.  Madame Blavatsky zou een van deze Mahatma’s hebben ontmoet in Engeland en de briefwisseling hebben gearrangeerd. Morya en Koet Hoemi worden dus  gezien als mensen van vlees en bloed, zij zouden wonen aan de grens van Tibet en de oude, esoterische wijsheid bewaard in Tibet, doorgeven aan de theosofen.

Dat ging op een wat wonderlijke manier, de Tibetaanse Mahatma’s formuleerden de brieven eerst in hun geest , zonden deze dan richting Sinnett met telepathische kracht, waar de brieven zich dan “materialiseerden”. Madame Blavatsky was  dan meestal in de buurt om de brieven na hun materialisatie te vinden. Berichten retour aan de Tibetaanse Mahatma’s werden door Madame Blavatsky verzonden met dezelfde telepathische kracht,  waarover zij zei te  beschikken. Dit soort wonderlijke zaken werd als vrij gewoon gezien onder theosofen, ook  over andere materialisaties, verschijningen, “astrale belletjes” en andere onverklaarbare geluiden werd gesproken alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

De Mahatma’s waren, aldus de theosofen, zeer hoog geplaatste leden van de zogenaamde ” Grote Witte Loge”, een hiërarchie die in het geheim de wereld zou besturen. Het leest allemaal een beetje als een occulte roman, en dat er mensen zijn, waaronder de grondleggers van de moderne astrologie, die dit voor waar aannemen, klinkt toch een beetje wonderlijk. Zelfs als je dit wat onwaarschijnlijke verhaal zou accepteren, dan zijn er nog heel wat tegenstrijdigheden die te denken geven. Zo kan Koet Hoemi wel een Tibetaanse naam zijn, maar Lal Singh is of een Sikh-naam  of een naam voor een Indiër uit de krijgerskaste, een kshatriya. Niet alleen is de naam een vreemde samenstelling die waarschijnlijk niet  door een echte persoon gedragen zou  kunnen worden, het is ook onduidelijk waarom iemand uit de Indiase krijgerskaste zich met overdracht van oude kennis (uit Tibet!) zou bezig houden, overdracht van kennis is immers het terrein van de Brahmanen.

Ook de titel Mahatma is wat merkwaardig, het is een samentrekking in het Sanskriet van Maha en Atma, wat grote ziel betekent. Maar een titel voor een spirituele meester is het niet en bovendien is het onduidelijk waarom Tibetaanse meesters aangeduid zouden worden met een titel in het Sanskriet, de sacrale taal van de Hindoe-traditie? Er zijn nog meer vreemde kanten aan de Mahatma-brieven, zoals bijvoorbeeld het feit dat er hele stukken van  geplagieerde lezingen in verschenen, onder meer van de Amerikaanse leraar Henry Kiddle,wat tot een beruchte plagiaat-affaire uit groeide. Is het niet vreemd dat een Tibetaanse meester hoog in hiërarchie van de Grote Witte Loge, geïnitieerd  in de oude wijsheid  en woonachtig op de grens van Tibet, zich schuldig zou maken aan het plagiëren van een lezing van een schoolmeester met belangstelling voor spiritisme uit Amerika?

Innovaties

Dit verhaal roept toch wel wat vragen op. Het zou heel goed  zo kunnen zijn dat de Mahatma’s en hun brieven geesteskinderen zijn van Madame Blavatsky. Confronterend  en overrompelend als ze kon zijn, gaf ze dat zelf, tot grote schrik van haar volgelingen ook regelmatig toe. De conclusie ligt voor de hand dat de theosofie niet is gebaseerd op onthullingen van meesters , de brieven bevatten geen Tibetaanse of Hindoeïstische esoterische  wijsheid maar de altijd wat weinig gestructureerde, persoonlijke denkbeelden van Madame Blavatsky. Wat de theosofische grondleggers van de moderne astrologie betreft, mogen we concluderen dat kritisch denken, nuchterheid en echte kennis van spirituele tradities bij hen niet voorop stonden.

Dat heeft belangrijke consequenties. Want via de theosofie kwamen begrippen als karma,reïncarnatie en evolutie van de ziel in de moderne Westerse astrologie terecht.  Maar dat waren  dan wel de theosofische versies van die begrippen, met een sterk veranderde betekenis. Het idee dat mensen door een lange reeks reïncarnaties  op aarde zouden gaan, in de loop waarvan de ziel en zelfs ook de hele mensheid, naar een steeds hoger niveau “evolueert”, is niet Hindoeïstisch of Boeddhistisch. Het is de theosofische versie van reïncarnatie, die niet wortelt  in een echte wijsheidstraditie. Dat geldt ook voor het begrip karma dat gewoon actie betekent, dat kan elke actie zijn. Het is waar dat volgens het Hindoeïsme iedere actie, uiteindelijk een reactie van dezelfde aard op roept, dit wordt beschreven met het complexe begrip apurva. Het gaat daarbij echter  puur om een herstel  van de kosmische balans, er zit geen moralistische of psychologische lading aan en dit wel authentieke begrip komt in de theosofie niet terug.

Niet alleen werd  een niet-authentiek begrip van reïncarnatie door de theosofische grondleggers in de moderne astrologie geïntroduceerd.  Ook het dominante belang van het Zonneteken,  een nieuwe aspectleer, de nadruk op de tekens in plaats van op de planeten, de afwijzing van concrete en controleerbare uitspraken en voorspellingen , de radicale gelijkstelling van huizen met tekens en planeten en de maakbaarheid van het leven, zijn theosofische innovaties, die oorspronkelijk  helemaal niet in de astrologie voor kwamen!  Het was dan ook de intentie van Alan Leo (zijn echte naam is William Frederick Allen) , en mensen als Walter Old om de astrologie ook in te zetten als een middel voor de verbreiding van de theosofie.  Wat daar uit de astrologische overlevering niet in paste, en dat was heel veel,  werd weg gelaten en het werd opgevuld met eigen ideeën. De banden tussen de astrologie en theosofie  waren zeer nauw. Walter Old, beter bekend onder zijn astro-psydoniem Sepaharial,woonde samen met Madame Blavatsky en zijn bijnaam “The Astral Tramp” werd  hem gegeven door zijn roemruchte huisgenoot.

HPB

Klik op de bovenstaande link om de radix Madame Blavatsky te kunnen bekijken.

In de horoscoop van Madame Blavatsky vallen, naast de al genoemde Neptunus op de descendant, een aantal dingen op. Zo staat Mercurius in eigen teken en verhoogd  in Maagd uitermate sterk in het derde huis. Madame Blavatsky was zeer belezen, maar dat ging voornamelijk om een enorme hoeveelheid losse stukjes informatie, waarbij  de grotere samenhang niet haar sterkste punt was. Wie wel eens poging heeft gedaan haar boeken De Geheime Leer en Isis Onsluierd te lezen, zal deze typische mercuriale zwakte kunnen bevestigen. Ze vormen een wat zwaar op de maag liggende potpourri van de meest uiteenlopende denkbeelden, waar geen duidelijke eenheid in te ontdekken valt.

Op de ascendant van Blavatsky staat de koninklijke ster Pollux, een zeer strijdbare ster die veel succes en kracht schenkt en de Maan Heer 1 staat op een andere koninklijke ster, Spica. Deze sterren op twee zeer belangrijke punten schonken Blavatsky haar invloedrijke positie, zonder minstens één krachtige ster is het moeilijk om echt succes of grote invloed te hebben. De vaste sterren laten als geen andere factoren zien dat succes geschonken wordt en niet gemaakt. Zoals vaak het geval is bij invloedrijke mensen in de wereld van astrologie en spiritualiteit, had Blavatsky gewoon een paar sterke sterren op belangrijke punten. Succes is dus geen gevolg van een veronderstelde hoge geestelijke ontwikkeling  van een “oude  ziel” of van bewustwording, het staat gewoon in de radix.

Tijd voor theosofen

Ook het zo wijd verbreide idee van de Tijdperken verbonden met de tekens  en de precessie ontstond in theosofische kringen en heeft geen wortels in de astrologie. Daarbij speelde een heel duidelijke “politieke”  intentie een rol, want het Vissen-tijdperk van het Christendom zou voorbij zijn en het Watermantijdperk van de nieuwe religie van de theosofie (met de astrologie in zijn rugzakje) zou zijn aangebroken.  In andere artikelen in Astrofocus heb ik al laten zien dat dit idee van de Tijdperken technisch-astrologisch onhoudbaar is, het is inconsistent en onlogisch, dus dat zal ik niet herhalen hier. Het is alleen een goed voorbeeld van de grote invloed van de theosofie in de astrologie,ze slaagden erin een niet-astrologisch idee voor astrologie te laten doorgaan.

Een volgende invloedrijke loot aan de theosofisch-astrologische stam was Alice Bailey, die het nog altijd zo populaire Esoteric Astrology schreef. Bailey brak wel met de officiële Theosophical Society, maar bleef in hart en nieren altijd theosoof. Ze schreef vele boeken en naar eigen zeggen ontving zij telepathisch daartoe de inspiratie  van een derde  Mahatma, genaamd Djwahl Khul, die net als de andere op de grens van Tibet zou wonen. Ook in dit geval is er geen betrouwbaar bewijs dat deze persoon echt heeft bestaan, al zijn er eigenaardig genoeg wel portretten van hem, net als van de andere Mahatma’s. En ook in dit geval roept de naam grote twijfels op , bij mijn navraag in kringen van Tibetaanse boeddhisten werd  het onmogelijk  geacht dat een  echte Tibetaanse meester deze naam zou kunnen hebben.

Djwahl Kuhl zou aan Bailey de esoterische (bestemd voor ingewijden) versie van  de astrologie, telepathisch hebben gedicteerd! Dus waren er geen zich brieven meer, we moeten helemaal afgaan op de beweringen van Bailey zelf. Nu zijn er twee mogelijkheden, ofwel het komt  allemaal van Bailey zelf,ofwel er is inderdaad een telepathische influistering, niet door de immers niet als persoon bestaande Djhwahl Khul, maar door een bepaalde astraal-psychische invloed. In het eerste geval is wat zij schrijft  haar puur persoonlijke mening  of fantasie en in het tweede geval heeft het ook geen enkele autoriteit. Want stel nou dat je zou accepteren dat een of andere “entiteit” dit telepathisch inspireert,wat zou dan de conclusie rechtvaardigen dat het ook waar en effectief is? Sterker nog, dat zou juist een argument tegen de betrouwbaarheid  zijn. Er is dus geen enkele reden om dit serieus te nemen, de claim dat het authentieke esoterie zou zijn, is onhoudbaar en berust alleen op de beweringen van Bailey zelf.

Het was een tijdgenoot van Bailey en ook weer een theosoof , Daniel Chevennière, die de verbinding legde tussen de theosofische astrologie en de analytische psychologie van Carl Gustav Jung. Chevennière is beter bekend onder zijn astro-pseudoniem Dane Rudhyar, een samentrekking van diverse Sanskriet-termen, dit vanwege zijn theosofische achtergrond, de theosofie gebruikt graag het exotisch klinkende Sanskriet. Het werk van Rudhyar kreeg de volle steun van Alice Bailey, en het was Rudhyar die via zijn populariteit onder de hippies, de doorbraak van de astrologie naar een groter publiek bewerkstelligde. Hij zag zichzelf als “zaadmens” voor de New Age, een term die werd bedacht door Alice Bailey. De psychologie van Jung begon vanaf de jaren ’70 een grote invloed op de astrologie uit te oefenen en dus is het een goed idee  ook de lotgevallen van Jung wat nader te bekijken.

Carl Gustav Jung

Er zijn in wezen opvallende parallellen tussen de manier waarop Jung, die verder geen directe connecties met de theosofie lijkt te hebben gehad, zijn kennis op deed en de manier waarop de theosofen dat zeiden te doen. Alleen is er bij Jung geen, al dan niet telepathisch contact met al dan niet fictieve Mahatma’s, wat er wel is, is een psychose. Tijdens zijn meest creatieve periode, in de tijd dat hij zijn belangrijkste inzichten ontwikkelde, verkeerde Jung  namelijk in een zeer instabiele, randpsychotische toestand. Dat was niet zo heel vreemd, want hij kwam uit een familie waarin veel psychische problemen voor kwamen. Hij maakte echter de zaken nog erger doordat hij zich zeer intensief bezig hield met spiritisme, waarbij zijn nichtje Hélène Preiswerk vaak als medium diende.

In spiritistische séances wordt geen contact met de doden gelegd, maar met potentieel gevaarlijke krachten op het astrale vlak.  Deze staan bekend als ob  ( “de adem van het gebeente”) in de Joodse traditie en als wandering influences (“rondzwervende invloeden”) in het Verre Oosten. Voor van nature al gevoelige personen zoals Jung, kan het contact daarmee sterk destabiliserend werken omdat de normale muur die ons beschermt tegen directe astrale invloed daardoor steeds dunner wordt. Astrale krachten kunnen dan steeds makkelijker toegang krijgen tot de persoon en deze uiteindelijk zwaar ontregelen. Toen Jung een grote tegenslag in zijn persoonlijk leven te verwerken kreeg, de zeer bekende dramatische breuk met Freud , begaf de verzwakte muur het en stroomde de astrale invloed vrij binnen, waardoor hij jaren lang op de rand van een psychose balanceerde.

Hij beschrijft zelf in geuren en kleuren de astrale entiteiten die hem beheersten en die hem  zijn belangrijke  denkbeelden leverden, Salomé,  Philemon en zelfs een zwarte slang, wat wel vragen oproept want de slang is natuurlijk een symbool voor een demonische kracht. In termen uit de islamitische traditie , kan je zeggen dat hij in deze tijd bezeten was door “djinns” , dat wil zeggen astraal-psychische entiteiten, en de meeste djinns zijn kwaadaardig,  al zijn er volgens de traditie ook enkele goede moslims onder de djinns. Die waren duidelijk niet in het spel, de man was tien jaar lang randpsychotisch en zal heel wat peentjes hebben gezweet.

Nee, ik ben niet ook zelf gek geworden, de astraal-psychische wereld, de wereld van de subtiele krachten is een realiteit, zoals de maar al te reële paranormale verschijnselen, ook tijdens séances en rond mediums, laten zien. De  denkfout is niet dat deze wereld bestaat, de grote denkfout is dat alles wat hier uit afkomstig is daarom betrouwbaar en positief is. Om redenen van psychische hygiène kan al het contact met het astrale juist het beste zo veel mogelijk worden vermeden . Dat geldt net zo goed voor allerlei technieken om in contact te komen met “het onbewuste”, zoals wij het astrale in onze extreem gepsychologiseerde tijden zijn gaan noemen, dat de deur naar het onbewuste – astrale –  dicht zit, is om redenen van veiligheid.

JUNG

Klik op de bovenstaande link om de radix van Carl Gustav Jung te kunnen bekijken.

In de horoscoop van Jung vallen een paar punten op, die dit allemaal duidelijk illustreren. In het negende huis van religie en spiritualiteit, staat zijn Pars Fortunae, het Maan-pars van de grote zielshonger. Hij hongert dus naar hogere kennis  en contact met “boven” , dat lijkt me duidelijk. Het PF is via oppositie verbonden met de Maan die Heer 6 van ziekte is en het gaat dus om Maanziektes (psychische ziektes) waartegen hij spiritualiteit  (huis 9) wil inzetten. Heer 10 van beroep staat op de ster Rasalhaque, het hoofd van de Slangendrager, een constellatie die sterk met de geneeskunst te  maken heeft.  De boodschap is daarbij altijd wel dat wie de slang draagt op zijn tellen moet passen en dat heeft hij gemerkt.

Op de ascendant staat de zeer krachtige hoofdster van de Adelaar Altair die zeer bevlogen opwiekt  naar hogere sferen en dat wat hij daar ziet, met veel vuur uitdraagt. Zijn Heer 2 van geld staat op de koninklijke Spica  in het achtste huis van het geld van de partner, Jung leefde van het kapitaal van zijn  vrouw ,die uit een rijke familie stamde.  De opvallende Zon op de  descendant geeft onder meer het in zijn leven zo cruciale conflict met Freud aan, maar het  laat ook zijn dominerende gedrag zien, de Zon wil anderen overstralen. Op het MC vinden we het Arabische Punt van Ziekte in conjunctie met de krachtige ster van de eerste magnitude Bungula uit de constellatie Centaur.  Dit is de centaur Pholus die uit nieuwsgierigheid een gifpijl van Hercules op raapt en zichzelf daar dodelijk mee verwondt. Het thema van deze constellatie  is  “curiosity killed the cat”, door zijn nieuwsgierigheid naar het psychische en paranormale, kwam Jung te intensief in contact met het astrale.

Voor de denkbeelden van Jung betekent het dat ze zeer kritisch bekeken moeten worden, want “djinns” geven geen kennis door die heilzaam is voor mensen, integendeel, hun opzet is meestal  om mensen te schaden en subtiel te misleiden. Inderdaad blijken er bij zorgvuldig onderzoek vele fouten te zitten in het werk van Jung.  Zo veranderde hij de logica van de echte, traditionele elementenleer en verving deze door zijn eigen onlogische versie, die bijvoorbeeld in de medische astrologie totaal onbruikbaar is. Hij herinterpreteerde ook de betekenis van de alchemie radicaal, die helemaal niet uit projecties van onbewuste inhouden bestaat, zoals hij meent. De alchemie  is een spirituele zuivereringsmethode,  die een zeer tastbare en praktische laboratoriumkant heeft, het is een soort rituele chemie.

Maar Jung heeft nog nooit een essence gedestilleerd of met aangescherpte azijn een olie uit edelstenen  geëxtraheerd, hij weet dus niet wat het echte effect van alchemistische activiteiten is. Een derde voorbeeld , is zijn foute interpretatie van het teken Vissen, hij ziet de tweede Vis als de Antichrist maar dan kan helemaal niet want een vis is een symbool van het goddelijk bewustzijn  en niet van een demonische energie. Wie Jung leest, en dat is soms wel de moeite aard, moet wel iets weten van de authentieke bronnen, want Jung  geeft aan vele symbolen zijn eigen, zeer persoonlijke en nogal creatieve betekenis.

Totale psychologisering

Door de verbinding met Jung voltrok zich een totale psychologisering  en daarmee subjectivering van de astrologie en werden duidelijke, concrete en controleerbare uitspraken min of meer verboden. Op die eenzijdige psychologisering, kwam zoals verwacht mocht worden, een reactie in de vorm van de klassieke astrologie die vanaf de jaren ‘ 80 aan een zeer succesvolle , onstuimige opmars begon, die nog steeds  voortduurt. De klassieke astrologie gaat terug naar de oorspronkelijke kern van de “hemelsche kunst” en ontdoet de koningin van de wetenschappen van de  invloeden van de theosofie en van Jung, maar dat is een ander verhaal.

Bij dit alles is een helder begrip van het astrale gebied of wel de subtiele wereld cruciaal. In alle spirituele tradities wordt die gezien als het fluïde tussengebied  waardoor de vormende invloed van de goddelijke impuls stroomt om daar een subtiele vorm te krijgen en vervolgens een concrete, tastbare vorm aan te nemen op aarde. Het  psychische in de mens is het persoonlijke deel van het astrale, dat wel veel en veel groter is dan de individuele psyche. Het zit vol met energieën die bij direct contact gevaarlijk en destabiliserend kunnen zijn, alle magie en paranormale verschijnselen, maar ook de heftige effecten die je ziet bij familie-opstellingen komen voort uit dit gebied.

Betrouwbare kennis echter komt er niet uit voort. Het is duidelijk dat Jung hier wel sterk uit putte, vandaar de vele onjuiste interpretaties van symboliek in zijn werk. Bij de theosofen ligt het wat complexer, of onduidelijker zoals wel vaker. De Mahatma’s en de Grote Witte Loge zijn, daar hoef je toch echt geen beroeps-scepticus voor te zijn, gewoon verzinsels, maar wat er verder op de achtergrond in de theosofie invloed heeft, blijft nogal duister. Wat wel duidelijk is, is dat de denkbeelden over karma, rëincarnatie en evolutie van de ziel, geen autoriteit hebben en niet authentiek zijn, de theosofie bevat geen oude Tibetaanse of andere  esoterische wijsheid. Onder theosofische invloed werden ook nog eens vele effectieve technieken uit de astrologie gehaald.  Is het niet tijd om daar eens wat kritischer naar te gaan kijken, als je nu weet hoe dit allemaal tot stand gekomen is?

Voor wie meer wil weten over de duistere kanten van Carl Gustav Jung , waarover je zo weinig hoort is The Aryan Christ van Richard Noll zeer aan te bevelen. Voor wie interesse heeft in de geschiedenis van de theosofie, Theosophy, History of a Pseudo-Religion van René Guénon is een uitstekend gedocumenteerd werk, waarbij de feiten voorop staan. Verplichte kost voor iedere moderne astroloog die zich op de hoogte wil stellen van de oorsprong van de methoden en denkbeelden die hij  zo routinematig gebruikt. Want iedere moderne astroloog, van welke richting dan ook, heeft in zijn werkwijze en in zijn kijk op de astrologie, impliciet dan wel expliciet, de sterke invloed van de theosofie en van Jung, ondergaan.

Wilt u meer weten over de zo belangrijke invloed van de vaste sterren in de horoscoop, mijn boek “Vaste sterren in de horoscoop – Mythologie, Maanhuizen en Constellaties” is te bestellen via uitgeverij Boekscout, www.boekscout.nl.

Geef een reactie